Autisme vs. Borderline

Het komt voor dat autisme pas op latere leeftijd wordt herkend bij sommige personen. Het kan zijn dat die mensen dan al wel een hulpverleningstraject erop hebben zitten waarbij ze voor een andere diagnose zijn behandeld. Een diagnose die vaak gesteld wordt is een persoonlijkheidsstoornis en dan in het bijzonder de borderline persoonlijkheidsstoornis. Ik zal in deze blog de kenmerken van een persoonlijkheidsstoornis en die van de borderline persoonlijkheidsstoornis gaan belichten vanuit een autisme oogpunt. De kenmerken die ik benoem, zijn afkomstig uit de DSM-IV.

Om de diagnose persoonlijkheidsstoornis te krijgen wordt er aan de volgende zes punten voldaan:

– Een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk afwijken van de verwachtingen binnen de cultuur van de betrokkene.
Iemand met autisme zal zich ook anders gedragen dan er van hem of haar wordt verwacht. Dit komt omdat diegene niet goed raad weet met sociale normen en waarden. Hierdoor kan iemand met autisme nog wel eens buiten de boot vallen.

– Het duurzame patroon is star en uit zich op een breed terrein van persoonlijke sociale situaties.
Iemand met autisme is vaak star in zijn of haar gedrag. Dit komt doordat hij of zij graag wil dat dingen voorspelbaar zijn. Een bepaalde starheid in manier van doen zorgt ervoor dat er een voorspelbaarheid ontstaat. Dit is makkelijker voor iemand met autisme.

– Het leidt in behoorlijke mate tot lijden of beperkingen in het sociaal en beroepsmatig functioneren, of het functioneren op andere belangrijke terreinen.
Autisme zorgt voor beperkingen in het sociaal contact. Dit komt dan ook op andere terreinen naar voren, zoals op school, op het werk, bij vrienden enzovoorts.

– Het is stabiel en van lange duur en het begin kan worden teruggevoerd naar ten minste de adolescentie of de vroege volwassenheid.
Soms komen de kenmerken van autisme pas naar voren in de adolescentie of de vroege volwassenheid. Dit kan komen doordat er in de kindertijd veel structuur is aangeboden en het kind niet werd geconfronteerd met de dingen die lastig zouden kunnen zijn. Wanneer er in de vroege volwassenheid andere dingen worden verwacht, kunnen alsnog de symptomen tevoorschijn komen. Ook is autisme vaak stabiel.

– Het patroon is niet toe te schrijven aan een andere psychische stoornis of de gevolgen daarvan.
Dit is een lastige, omdat dus de kenmerken van een persoonlijkheidsstoornis heel erg veel kunnen lijken op die van autisme. Ook zijn er nog meer stoornissen die wat weg kunnen hebben van autisme.

– Het duurzame patroon is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (zoals drugs of een geneesmiddel) of een lichamelijke aandoening (zoals een schedeltrauma).
Autisme is ook niet het gevolg van één van de bovenstaande dingen.

Om aan de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis te voldoen moet je 5 van de volgende 9 kenmerken hebben.

– Krampachtig proberen te voorkomen om feitelijk of vermeend in de steek gelaten te worden.
Iemand met autisme kan heel erg naar één persoon toetrekken en dan ook best wel dwangmatig overkomen in het contact. Dit kan overkomen alsof diegene bang is in de steek gelaten te worden, maar vaak is dat niet de achterliggende gedachte. Iemand met autisme weet vaak gewoon niet hoe die op een normale manier sociale contacten kan onderhouden.

– Een patroon van instabiele en intense relaties met anderen, gekenmerkt door wisselingen tussen overmatig idealiseren en kleineren (extreem zwart-witdenken, iemand is geweldig of waardeloos).
Iemand met autisme kan heel erg star zijn in sociaal contact. Iemand is een vriend of iemand is het niet. Het verschil tussen mensen met autisme en mensen met borderline is dat dit niet komt vanuit idealen en dat er ook niet gekleineerd wordt. Deze manier van denken is voor mensen met autisme de enige manier waarop ze vaak contacten kunnen onderhouden.

– Identiteitsstoornis: aanhoudend wisselend zelfbeeld of zelfgevoel.
Mensen met autisme kunnen ook te maken krijgen met een identiteitsstoornis. Vooral de mensen met autisme en een normale of hogere intelligentie krijgen hier nog wel eens mee te maken. Dit komt doordat ze zelf heel goed doorhebben dat ze in bepaalde opzichten anders zijn en hier niks aan kunnen doen. De drang om ‘normaal’ te zijn kan dan oergaan in een identiteitsstoornis.

– Impulsiviteit met negatieve gevolgen voor zichzelf op minstens twee gebieden. Bijvoorbeeld: geldverspilling, veel wisselende seksuele contacten, middelenmisbruik, roekeloos rijgedrag, vreetbuien.
Impulsiviteit zul je niet vaak zien bij mensen met autisme. Het kan wel lijken alsof iemand impulsief is, maar vaak gaat er innerlijk een hele lange tijd van overwegingen aan vooraf. Voor de buitenwereld lijkt het dan of er denkstappen worden overgeslagen en kan het lijken alsof iemand impulsief is.

– Terugkerende pogingen tot zelfdoding, gestes of dreigingen, of zelfverwonding.
Het kan voorkomen dat mensen met autisme niet weten wat ze met hun eigen emoties aanmoeten. Dit kan zich dan uiteindelijk uiten in een manier van zelfverwonding of terugkerende pogingen tot zelfdoding. Dit is bijna nooit een manier van aandacht vragen zoals dit vaak wel het geval is bij mensen met borderline.

– Sterk wisselende stemmingen, als reactie op gebeurtenissen. Dit kan leiden tot periodes van intense somberheid, prikkelbaarheid of angst, meestal enkele uren durend en slechts zelden langer dan een paar dagen.
Mensen met autisme reageren vaak later op gebeurtenissen. Dit komt doordat de informatieverwerking iets trager verloopt. Als ze dan reageren op de gebeurtenissen kan dit op allerlei manieren, zoals door wisselende stemmingen. Vaak is het heel goed terug te leiden waarop ze dan reageren en waardoor deze reactie soms wat heftig is.

– Een chronisch gevoel van leegte.
Iemand met autisme kan emotieloos overkomen. Dit kan door de omgeving worden verward met een chronische gevoel van leegte.

– Inadequate, intense woede of moeite boosheid te beheersen. Dit uit zich in driftbuien, aanhoudende woede of herhaaldelijke vechtpartijen.
Het komt nog wel eens voor dat iemand met autisme als gevolg van overprikkeling nog wel eens een driftbui krijgen.

– Voorbijgaande, aan stress gebonden paranoïde ideeën of ernstige dissociatieve verschijnselen.
Ook als gevolg van overprikkeling kan iemand met autisme gaan dissociëren. Dit is dan een manier om uit de situatie te kunnen gaan die zorgt voor de overprikkeling.

Het grootste verschil tussen borderline en autisme is nog wel de manier van ontstaan. Autisme ontstaat eigenlijk al in de baarmoeder, terwijl borderline pas op latere leeftijd ontstaat en vaak het gevolg is van een ingrijpende gebeurtenis. Als iemand die autisme heeft ook te maken heeft gehad met zo’n ingrijpende gebeurtenis, wordt er vaak eerst gekeken naar de optie persoonlijkheidsstoornis.

Dit was bij mij ook het geval. Uiteindelijk heb ik door heel veel te lezen over borderline zelf aan kunnen geven dat ik dacht dat ik geen borderline zou kunnen hebben. Gelukkig heeft mijn hulpverlener daar naar geluisterd en is ze samen met mij uit gaan zoeken naar wat het dan wel kon zijn. Toen ze kwam met de optie autisme herkende ik me daar eerste instantie dan ook niet echt in. Ook daar heb ik weer flink over moeten lezen en kwam ik erachter dat meer mensen zijn misgediagnosticeerd met de borderline persoonlijkheidsstoornis.

Comments

  • Yentl on

    Wow, wat een herkenning. Ik heb jarenlang hulp gekregen voor persoonlijkheidsproblemen, maar het hielp niet. Elke keer liep ik weer volledig vast in mijn leven. Pas toen ik 25 was (ik ben nu 26) werd ASS gediagnostiseerd. Een hele verandering is nu nodig in de therapie en begeleiding die ik krijg. Fijn om de informatie te lezen, bedankt voor het schrijven 🙂

    • Lieke on

      Geen dank! Fijn dat je nu de juiste diagnose hebt gekregen. De verandering in therapie en begeleiding zal vast niet makkelijk zijn, maar ik hoop dat je daar dan wel goed mee geholpen bent!

  • Inge on

    Herkenbare blog voor mij! Vrouw van 47, sinds 36e gediagnosticeerd met autisme. Daarvoor ook ‘behandeld’ voor borderline.

    • Lieke on

      Niet fijn voor jou dat je het herkend, dat betekend dat je ook een zware weg hebt moeten bewandelen. Dat gun ik niemand. Hopelijk heeft de autisme diagnose je ook de juiste behandeling en begeleiding gegeven.

  • Jay on

    Ik heb twee keer de diagnose borderline gehad, maar heb ook erg veel autistische trekken, ook als kind al. Ik vind het moeilijk om nu de borderline-stempel te accepteren. Wat als het toch iets autistisch is? Wordt gek van die onzekerheid, vind er geen rust in.
    Ben impulsief maar ook dwangmatig. Kan slecht tegen onduidelijkheid en wil alles snappen……soms denk ik laat ook maar, maar steeds komt het terug, omdat de problemen ook blijven.

  • sharon baggen on

    wat intressant om te lezen.
    zelf heb ik de diagnose borderline gekregen maar herken wel veel van autisme in mezelf.
    maar dit stukje wat je schreef ben ik het niet met je eens:

    – Terugkerende pogingen tot zelfdoding, gestes of dreigingen, of zelfverwonding.
    Het kan voorkomen dat mensen met autisme niet weten wat ze met hun eigen emoties aanmoeten. Dit kan zich dan uiteindelijk uiten in een manier van zelfverwonding of terugkerende pogingen tot zelfdoding. Dit is bijna nooit een manier van aandacht vragen zoals dit vaak wel het geval is bij mensen met borderline.

    dan bedoel ik de laatste zin.
    ik doe mezelf ook wel eens pijn maar daar vraag ik absoluut geen aandacht voor.
    ik doe dat om geen pijn te voelen zodat ik rustig word maar geen aandacht vragen.

    • Lieke on

      Hier heb je zeker een punt inderdaad. Ik denk dat dit wel een overkoepelende oorzaak is van zelfbeschadiging of ander destructief gedrag, het niet kunnen omgaan met de pijn en de vaak wirwar aan emoties die daarbij een rol spelen.
      Het was ook wel een beetje zwart-wit van mij om het zo neer te zetten. Bedankt dat je jou ervaring nog deelt.

  • auti on

    Zeker een ingewikkelde kwestie is dit. Een hulpverlener zei tegen mij dat het zelfs binnen de diagnostiek niet altijd duidelijk is of het nou gaat om “ernstige gevolgen van autisme” of borderline, omdat een deel van de borderliners ook vaak onbereikbaar zijn in contact. Niet iedereen met ASS heeft symptomen van andere stoornissen, sommigen hebben puur alleen autistische symptomen die bij hun beeld horen. Ook zijn er meer pers. stoornissen die op autisme lijken, zoals de ontwijkende PS, schizotypische PS, schizoïde PS, of de narcistische PS of obsessief compulsieve PS, een autist kan hier ook een diagnose uit hebben, of kenmerken (uit verschillende) hiervan hebben, met name als de kenmerken duurzaam zijn het leven lang vanuit de adolecentie of daarvoor. Andere autisten bij wie de symptomen niet duurzaam zijn, kunnen (hoeft dus zeker niet) last hebben van angst(stoornissen). Schizofrenie komt ook voor bij autisme, aangezien uit onderzoek is gebleken dat per groep schizofrenen, wisselend 30% tot 80%, naast schizofrenie ook autisme had.
    Ik heb ook weleens gedacht dat ik naast mijn ASS ook borderline heb, omdat ik zeer impulsief reageer op tekenen van afwijzing, dagenlang aanhoudende woede kan hebben, zelfs dat het een dag lang zwart voor mijn ogen is, daardoor geld verkwisten en roekeloos autorijden en vaak ruzie met mensen, en zelfs agressief kan zijn in combinatie met achterdocht naar mensen. Als kind en puber had ik dit laatste (borderlinesymptomen) absoluut niet, wel autisme, en functioneerde gewoon veel beter toen. Ik denk zelf dat wat een autist meemaakt vanaf jongs af aan, hele grote invloed kan hebben op mogelijke verdere diagnoses.

    Bovendien is een mens geen vaste hokje(s), maar je bent wie je bent, en je functioneert zoals je functioneert, en daar moet naar worden geluisterd en gekeken, je bent dus maar 1 hokje, en dat is jezelf!!

    Veel geluk allemaal Liefs!!!

Comments are closed.